Deel 5 Paperassen (Papeles)

Bijgewerkt op: 20 feb.

Maart 2020

Deel I

Een andere uitdaging was het verkrijgen van het Certificado de Registro como residente comunitario oftewel de ‘Groene kaart'. Hiermee konden we bewijzen dat we rechterlijk in Spanje verbleven en inwoner (resident) waren van Spanje. Mensen vroegen ons wel eens of we dan een Spaans paspoort kregen? Maar nee, we behielden ‘gewoon’ ons Nederlands paspoort. We begonnen ons proces voor de aanvraag bij de politie in Girona waar we destijds ook voor onze NIE’s waren geweest. Helaas, de man in uniform van de guardia civil verwees ons naar het politiebureau voor buitenlanders in Sant Feliu de Guixols. Gelukkig was Girona een zeer mooie stad waardoor we er een leuk uitje van maakten. Vooral de oude Joodse wijk El Call met smalle, kronkelige steegjes en stenen bogen was prachtig om doorheen te slenteren. De winkeltjes in de oude stenen huizen langs Carrer de la Forca verkochten boeken, religieuze sieraden, Catalaanse keramiek en koosjere wijn. De wijk was bezaaid met gemoedelijke cafés, bars en bistro's die Joodse, mediterrane en Spaanse gerechten serveerden. En niet te vergeten de trappen van de immens grote kathedraal waar de ‘Games of Thrones’ ooit is opgenomen.


We hadden natuurlijk gewaarschuwd moeten zijn voor de complicaties bij het aanvragen van de ‘Carte Verde’. Want vanaf het moment dat we ons in Spanje hadden gevestigd, waren we genoodzaakt om mee te doen aan de nationale sport van ‘het paperassen verzamelen’. Geboortebewijzen moesten worden overlegd om te bewijzen dat we bestonden, paspoorten om te bewijzen dat we Nederlanders waren, huwelijksakten, de koopakte van ons huis, de laatste elektriciteit en waterrekeningen van de vorige eigenaren. Allemaal om te bewijzen dat we écht waren wie we waren. Maar het allerbelangrijkste document in Spanje was onze NIE. Zelfs bij aankopen bij een bouwmarkt of in de supermarkt kon hiernaar gevraagd worden. Iets vergelijkbaars als het burgerservicenummer in Nederland.

Omdat wij ons in Nederland als inwoners hadden uitgeschreven was het van belang dat we ons eerst zouden inschrijven in onze nieuwe woonplaats voor een zogenaamde ‘Certificado de Empadronamiento’. Dit was de eerste logische stap: inschrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Begur waar we gingen wonen, dit heet ook wel ‘padrón’.


Dus gingen we naar de afdeling burgerlijke stand (registro civil) van de gemeente Begur. De man die ons hielp maakte ons in het Catalaans duidelijk dat we met onze inschrijving ook het kiesrecht zouden verkrijgen. Er waren binnenkort vervroegde verkiezingen in Catalonië. De Catalaanse minister-president Quim Torra was al de derde minister-president die de voorbije vier jaar zijn mandaat in de politiek had verloren door de onafhankelijkheidsstrijd voor Catalonië. De separatistische partijen voor een onafhankelijk Catalunya waren nu meer dan ooit verdeeld. Het Spaanse Hooggerechtshof had Torra veroordeeld voor ‘ongehoorzaamheid’ omdat hij vorig jaar weigerde een spandoek, dat de vrijlating eiste van negen gevangengezette Catalaanse separatisten, tijdens de verkiezingen te verwijderen van het Catalaanse regeringsgebouw. Na de afzetting van de Catalaanse minister-president Quim Torra besliste het Spaanse Hooggerechtshof dat Torra anderhalf jaar geen politiek mocht uitoefenen en niet verkiesbaar was. De Catalanen kozen uiteindelijk hun nieuwe parlement midden in de corona pandemie. Wij onthielden ons nog maar even van stemmen. "Hoe sterk brandt het vuur van de onafhankelijkheid nog?" vroegen we ons af.


De ambtenaar van de burgerlijke stand ging verder met zijn verhaal en vertelde ons dat we ons na vijf jaar weer opnieuw moesten melden bij het ajuntament van Begur, omdat gebleken was dat nieuwe inwoners vaak binnen vijf jaar zonder afmelding weer waren vertrokken. Met het Catalaanse formulier “Padro de ajuntament’ op zak liepen we naar buiten. Het winterzonnetje scheen lekker op het centrale plein van Begur en we hadden van te voren gedacht dat dit een moment was om te vieren, we waren tenslotte officieel inwoner van Begur! Maar de mededeling van de ambtenaar dat we ons over vijf jaar nóg maar eens moesten melden, voelde alsof we ons eerst nog moesten ‘bewijzen als inwoner’. Bij het inschrijven werd ons ook nog op het hart gedrukt dat het verkrijgen van de ‘groene kaart’ als volgende stap erg belangrijk was, en dat we dit op korte termijn moesten regelen. We besloten thuis een kop koffie te drinken en lieten de cava nog maar even achterwege.


Een dag later meldden we ons bij het politiebureau voor Extrangers in Sant Feliu de Guixols een half uurtje rijden van Begur. Een zwaar bewapende agent hield ons tegen en wees op een A4 tje op de toegangsdeur. Of we een afspraak hadden? Nee die hadden we niet. Deze moest online via de website worden gemaakt (cita prévia). Eenmaal thuis logde ik in op de website en konden we een afspraak maken voor over 8 weken…!


Na 8 weken in de wacht te hebben gezeten meldden we ons met onze rugzak vol papieren op het afgesproken tijdstip bij hetzelfde politiebureau. Na ongeveer een uur wachten in de sfeerloze ruimte en nog even checken of we toch écht wel op de lijst stonden, werden we binnen geroepen. We schoven bij de agent aan tafel en haalden onze papieren uit de rugzak. Hij keek naar het door ons thuis ingevulde formulier en vroeg of wij onze verzekeringspapieren bij ons hadden en een overzicht van onze Spaanse bankrekening met daarop een stempel van de bank? “Eh…nee!” “Moest dat dan?” Hij wees naar een uitgeprint A4-tje op de deur met daarop in het Catalaans de procedure voor de aanvraag. Ik maakte snel een foto van het A4-tje en we stonden wederom zonder groene kaart buiten op straat. In onze ooghoeken zagen we een Belgische stel afscheid nemen van hun makelaar in de grote ongezellige hal van het politiebureau. De makelaar had het kennelijk allemaal voor hun geregeld en zij hadden hun groene kaart ontvangen. Eenmaal thuis downloaden we het bewuste formulier van Internet en kwamen we al snel tot de conclusie dat we voor het invullen van dit formulier in het Catalaans professionele hulp nodig hadden. Een gestor!

Deel II Nóg meer papieren (más papeles)

We vonden destijds dat de Nederlandse overheid al was vastgelopen in een woud van regels en adviesorganen. Maar wat we niet wisten was dat de Spaanse autoriteiten nóg erger waren, zelfs nóg erger dan die van de Fransen! Een afspraak bij een van de officiële instanties was een test van ons uithoudingsvermogen en geduld. Want voordat we überhaupt het juiste officiële kantoor hadden ontdekt hadden we al heel wat kilometers afgelegd en voor leegstaande of gesloten kantoren gestaan. Vervolgens was de persoon die de zaak behandelde afwezig, of de regels en voorschriften waren tussentijds veranderd en de wachtrijen waren eindeloos. De officiële inefficiëntie was ontwikkeld als beeldende kunst in Spanje, waar zelfs het betalen of zelfs het krijgen van een factuur of het ontvangen van post een beproeving was.


Wij hadden geen brievenbus bij ons huis. Simpelweg omdat er in onze wijk geen post werd bezorgd. Dit betekende wel dat we wekelijks naar het postkantoor moesten om te informeren of er misschien post voor ons was. Dit kantoortje met zo ongeveer het mooiste uitzicht van alle kantoren in Begur werd bemand door één ‘voortdurend zuchtende’ mevrouw. Ze had het zichtbaar zwaar met het haperende systeem en de slechte WiFi. Een wachttijd van een half uur voor dit kantoor was dan ook geen uitzondering. Het was ook geen uitzondering dat belangrijke post na een aantal weken gewoon werd vernietigd en ook niet meer was te achterhalen. Geen idee hoeveel post we daarmee zijn misgelopen. De Spanjaarden waren over het algemeen ongeorganiseerd en het enige voorspelbare aspect was ‘de onvoorspelbaarheid’, waarschijnlijk omdat een van de ongeschreven regels in Spanje ‘spontaniteit’ was. Deze spontaniteit zorgde er ook vaak voor dat we soms wél zonder afspraak werden geholpen en we totaal onverwacht zaken van ons, toch al lange To-Do-lijstje, konden afstrepen. Inmiddels hebben we een mooie groene brievenbus bij de entree van onze casa opgehangen. Iedere dag check ik even of er iets in zit, want je weet het maar nooit in Spanje.


Via een Nederlands stel, dat al vier jaar eerder bij ons in de straat was komen wonen, kregen we een goed adres van een gestor. Een groot kantoor, want dat was belangrijk vonden zij en bovendien spraken ze er Engels. We legden contact met dit kantoor via hun website en kregen al snel een reactie: Om resident te worden in Spanje moesten een contract van minimaal één jaar met een ziektekosten verzekeraar kunnen overleggen, bovendien moesten er daarvan minimaal twee maanden zijn verstreken. Ook moesten we een Spaanse bankrekening kunnen overleggen. Beide hadden we, dus stuurden we al onze documenten door, inmiddels waren we erg behendig in het inscannen en mailen, en maakten een afspraak met de gestor.


De ervaringen met instanties de afgelopen tijd hadden ons licht paranoïde gemaakt en wekenlang gingen we nooit van huis zonder fotokopieën van alle papieren die we hadden. Maar nu met deze gestor leek het erop dat het ons ging lukken om al de nodige papieren en model formulieren op de juiste wijze bij de politie in Sant Feliú aan te kunnen afleveren. Keurig werden de betreffende formulieren met bijlagen door de medewerkster van de gestor aan elkaar geniet. Er kwam een stempel (apostille) op van de gestor en we konden het stapeltje formulieren, na eerst online een afspraak (citá previa) te hebben gemaakt, afgeven bij de politie.

Dezelfde avond appten vrienden die sinds een aantal jaren in het zuiden van Spanje in Estepona woonden. Zij waren EINDELIJK in het bezit van hún “groene kaart"! Deze hadden ze wel ruim zeshonderd kilometer verderop in Madrid persoonlijk moeten ophalen, maar het wás hun in ieder geval gelukt!







167 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven